Welke verplichtingen moet je onderscheiden?
Bij directe interactie met een AI-systeem kan AI Act art. 50(1) vragen dat mensen weten dat zij met AI interacteren, tenzij dit duidelijk is. Art. 50 bevat ook afzonderlijke regels voor machinaal herkenbare synthetische output, emotieherkenning/biometrische categorisering en bepaalde deepfakes of publieke teksten. De plicht en uitzonderingen verschillen per bepaling én per aanbieder/gebruiksverantwoordelijke. 2026/1744 geeft voor sommige vóór 2 augustus 2026 aangeboden systemen extra tijd voor art. 50(2) tot 2 december 2026.
Fictief voorbeeld: een gecontroleerd servicebericht
Een medewerker van Noord Service gebruikt AI voor een eerste concept, controleert productcode en voorwaarden en verzendt zelf. Dat is iets anders dan een chatbot waarmee de klant direct spreekt. Het bedrijf kan in zijn algemene uitleg zeggen dat medewerkers soms AI als schrijfondersteuning gebruiken, maar moet eerst beoordelen welke wettelijke informatie in de concrete context nodig is. Een logo of label herstelt geen onjuist antwoord.
Wat als AI een persoon beoordeelt?
Dan zijn uitleg over gegevens, doel en mogelijke geautomatiseerde besluitvorming onder de AVG belangrijk. Het HvJ EU in C-203/22 bespreekt hoe betrokkenen begrijpelijke informatie over werkelijk gebruikte logica kunnen krijgen bij toepasselijk art. 15(1)(h); dit is niet opgelost door slechts “AI gebruikt” te melden.
Welke vier vragen stel je voor de tekst?
- Praat de klant rechtstreeks met AI of met een medewerker?
- Wordt inhoud synthetisch gegenereerd of gemanipuleerd in een categorie van art. 50?
- Worden persoonsgegevens verwerkt of beslissingen over personen beïnvloed?
- Welke rol heeft het bedrijf: aanbieder, gebruiksverantwoordelijke of beide?
Leg de uitkomst en gebruikte wetsbepaling vast, niet een generiek AI-stempel voor alles.
Verder lezen
Bronnen en broncontrole
Openbare primaire bronnen gecontroleerd op . Het Noord Service-voorbeeld en de hulpmiddelen zijn fictieve, praktische DCA-uitwerkingen.
- Verordening (EU) 2024/1689 (AI-verordening), geconsolideerde tekst — Art. 3 (rollen), 4 (geletterdheid), 5 (verboden), 6 en bijlage III (hoog risico), 25 (rolwijziging), 50 (transparantie), 113 (toepassing). Per gebruik en rol toetsen.
- Verordening (EU) 2026/1744, digitale omnibus AI — Vastgesteld 8 juli, gepubliceerd 24 juli en in werking 27 juli 2026. Gewijzigd art. 4 en 113: Annex III-verplichtingen 2 december 2027; productgebonden hoog risico 2 augustus 2028. Art. 50 grotendeels sinds 2 augustus 2026; specifieke overgang.
- AVG, Verordening (EU) 2016/679 — Art. 5, 6, 9, 22, 25, 28, 32 en 35: rechtmatigheid, minimalisatie, besluiten over personen, ontwerp, verwerkers, beveiliging en DPIA waar toepasselijk.
- HvJ EU 27 februari 2025, C-203/22 (Dun & Bradstreet Austria) — Prejudicieel arrest, ECLI:EU:C:2025:117, r.o. 46–68 en dictum: begrijpelijke uitleg van daadwerkelijk gebruikte logica; afweging van bedrijfsgeheimen door bevoegde instantie.
