Ja, een opgedragen reis naar een andere werklocatie kan arbeidstijd zijn, ook buiten de gebruikelijke werkuren en bij een vaste standplaats. Het Hof van Justitie verduidelijkte dit op 22 oktober 2026 in zaak C-420/24. De reis hield in deze zaak rechtstreeks verband met het werk, de werkgever bepaalde de opdracht en de medewerker kon de tijd niet vrij besteden. De nationale rechter moet de concrete feiten controleren. Dit oordeel beslist niet hoe de tijd moet worden betaald.
Wat speelde er in zaak C-420/24?
Een Roemeense medewerker had een vaste standplaats, maar moest in opdracht bouwplaatsen en andere locaties bezoeken. De werkgever bepaalde de reizen en stelde een voertuig beschikbaar; voor de reis naar Boekarest ook een chauffeur. Een deel van de reizen viel buiten de gebruikelijke werkuren. Er ontstond een geschil over de kwalificatie en vergoeding van 31,5 reisuren.
Het Hof van Justitie, ECLI:EU:C:2026:893, beantwoordde de vraag over ‘arbeidstijd’ in artikel 2, punt 1, van Richtlijn 2003/88. De vraag over de maximale gemiddelde werkweek werd niet-ontvankelijk verklaard. Het Hof stelde daarmee niet zelf vast hoeveel overwerk moest worden betaald.
Welke omstandigheden zijn beslissend?
Het Hof beoordeelt de samenhangende elementen van arbeidstijd: de werknemer is aan het werk, staat ter beschikking van de werkgever en oefent zijn activiteit of functie uit. In deze zaak waren de reizen inherent aan de opgedragen inspecties en vergaderingen. De medewerker moest de beslissingen over bestemming en datum volgen en kon de tijd niet vrij voor eigen belangen gebruiken (punten 45–61).
Dat de werknemer een vaste standplaats had of onderweg niet steeds actief werkzaamheden verrichtte, sloot arbeidstijd niet uit. De nationale rechter moet wel verifiëren of de beschreven omstandigheden daadwerkelijk aanwezig waren. De nationale vervolguitkomst is bij deze broncontrole niet vastgesteld.
Geldt dit voor iedere woon-werkrit en voor loon?
Je kunt dit arrest niet zonder meer op iedere gewone woon-werkrit toepassen. Het gaat om reizen die de werkgever naar andere werklocaties opdroeg en die samenhingen met de functie. Beoordeel jouw feitelijke reisopdracht, vertrekpunt, bestemming en zeggenschap.
Houd daarnaast de arbeidstijdbeoordeling voor veiligheid, gezondheid en roosters gescheiden van de vergoeding. Welke betaling of compensatie verschuldigd is, vraagt een afzonderlijke beoordeling van de toepasselijke Nederlandse regels, cao en arbeidsovereenkomst. ‘Arbeidstijd’ betekent op basis van dit arrest niet automatisch ‘betaald overwerk’.
Wat leg je vóór de volgende dienstreis vast?
- Noteer wie de reis opdraagt, het zakelijke doel, vertrekpunt, bestemming en vervoersafspraken.
- Leg begin- en eindtijd en de feitelijke vrijheid onderweg vast. Wat kan de medewerker zelf bepalen?
- Laat de verantwoordelijke voor personeel en planning de kwalificatie, het rooster en de relevante rust beoordelen. Onderzoek ontbrekende feiten vóór een definitief besluit.
- Beoordeel vergoeding en cao-afspraken afzonderlijk en bewaar de onderbouwing bij de urenregistratie.
Fictief planningsvoorbeeld: je plant een inspectie op een andere locatie vóór de normale werkdag. Beoordeel eerst de opgedragen heen- en terugreis naast de geplande werkzaamheden. Registreer de feiten voordat je de reis als eigen tijd boekt. Deze werkwijze is praktisch DCA-advies, geen door het arrest voorgeschreven formulier.
Bekijk ook het thema Personeel en veilig werken voor verwante werkafspraken.
Bron, datum en reikwijdte
Bron: Hof van Justitie, Zesde kamer, 22 oktober 2026, C-420/24, ECLI:EU:C:2026:893, punten 1–63 en dictum. De volledige Franse primaire tekst is gecontroleerd op 23 oktober 2026; de Engelse EUR-Lex-route toonde deze Franse tekst. Een afzonderlijke eerste publicatiedatum is niet vastgesteld. Dit artikel is gepubliceerd op 23 oktober 2026.
